Column: Vincent van Gogh
Columnist Liliane Waanders ging naar Auvers-sur-Oise om het graf van Vincent van Gogh te bezoeken. Ze nam de omgeving goed in zich op en vergeleek die met hoe Van Gogh wat hij daar waarnam weergaf. Weer thuis verdiepte ze zich in zijn leven en zijn werk en las, onder andere, Vincent’s boeken: Van Gogh en de schrijvers die hem inspireerden van Mariella Guzzoni.

Vincent van Gogh: hij las en liet zich inspireren
Strikt genomen was hij maar tien jaar kunstenaar. In het decennium dat zijn kunstenaarschap duurde, maakte hij negenhonderd schilderijen en elfhonderd tekeningen en schetsen. Die kwamen ergens vandaan. Vincent van Gogh paarde gedrevenheid aan het intensief bestuderen van werk van anderen en het lezen van klassieke en in zijn tijd moderne romans in de hoop zo te ontrafelen hoe collega-kunstenaars te werk gingen en wat hen ten diepste dreef.
Vincent van Gogh was een man van net geen twaalf ambachten dertien ongelukken – hij was redelijk succesvol als medewerker van de kunsthandel van zijn oom Cent, maar mislukte onder andere als lekenprediker – voordat hij in het kunstenaarschap zijn bestemming vond. Hij had toen hij begon veel in te halen. Keek de kunst bij anderen af, maakte eigen versies van bekende werken en ontwikkelde al doende een eigen stijl.
In Vincent’s boeken: Van Gogh en de schrijvers die hem inspireerden onderwerpt Mariella Guzzoni de boekenkast van Vincent van Gogh aan een zorgvuldige studie. Behalve dan dat Van Gogh geen goedgevulde boekenkast had. Hij kocht boeken, las veel, maar hechtte niet aan het hebben en houden van boeken, zelfs niet als ze veel indruk op hem maakten. Voor hem was het voldoende als hij zich de inhoud eigen gemaakt had. Daarna liet hij de boeken achter of gaf ze door. Dat hij nogal eens van stand- en woonplaats wijzigde, zal daarbij een rol gespeeld hebben.
Bij gebrek aan een boekenkast bestudeerde Guzzoni Vincents brieven. Daarin belijdt hij zijn liefde voor bewonderde auteurs – hij haalt er meer dan 150 aan – en favoriete boeken. In zijn brieven aan met name zijn broer Theo en zijn zus Willemien verbloemt hij niet dat hij door het lezen van boeken tot zelfinzicht komt. Ook licht hij tipjes van de sluier op: hij benoemt heel precies voor welk schilderij hij zich heeft laten inspireren door werk van een ander of een passage uit een boek.
Op zijn schilderijen komen opmerkelijk vaak boeken voor. Van Gogh schilderde stillevens waarop boeken meer zijn dan alleen figuranten. Portretteert hij iemand, dan ligt er niet zelden een boek onder handbereik. Minder vaak is een boek zelf het centrale onderwerp. Maar altijd is aan een boek af te lezen dat het intensief gelezen is.
Veel van de boeken die Van Gogh afbeeldde, zijn te identificeren. Het zijn boeken waarover hij in zijn brieven hoog opgeeft. Hij schildert ze in de uitvoering waarin hij ze gelezen heeft.
Lezen was voor Van Gogh geen tijdverdrijf, het was onderdeel van zijn werk. Iets dat hij uitermate serieus nam, een bezigheid waarvoor hij tijd en geld vrijmaakte. Toch las en herlas Van Gogh niet louter met het oog op wat hij wilde schilderen. Hij was ook gewoon een hartstochtelijke en hongerige lezer. Goed op de hoogte van wat er verscheen. Wist wat hij zocht en kon verwachten. En hij vond het niet vreemd dat hij als mens rijker en completer werd door het bestuderen van denkbeelden die hem door schrijvers werden aangereikt.
De schrijvers waar Van Gogh van hield – het zijn er te veel om allemaal op te noemen, laten we het bij Homerus, William Shakespeare en Charles Dickens, Victor Hugo en Émile Zola, Multatuli en Nicolaas Beets houden – hebben iets gemeen. Ze schreven over ‘onrechtvaardigheid en sympathie voor de armen; waardering voor eenvoud, nederigheid en hard werken; verheerlijking van het landelijk leven en de natuur; het onderzoeken van de menselijke ziel’ (vertaling: Erik de Kruijf). Vincent van Gogh was een geëngageerd mens, hun wereldbeelden zullen hem aangesproken hebben.
Het was warm, die dag dat ik door Auvers-sur-Oise dwaalde, dat dorpje aan de rivier waar de tijd een klein beetje heeft stilgestaan. Vincent bracht daar de laatste twee maanden van zijn leven door, omdat een door hem bewonderde schilder er gewoond had. Omdat een hem aanbevolen dokter er woonde. Ik wilde zien waar hij als een bezetene gewerkt had. Ik wilde door de korenvelden wandelen. De kraaien zien en horen. En ik wilde naar zijn graf.
In Auvers-sur-Oise dringt het tot me door. Ondanks de vervreemding die gesuggereerd wordt door uitbundigheid, kleurkeuze, het pasteuze verfgebruik en het vaak verwrongen perspectief, bleef Vincent van Gogh heel dicht bij de werkelijkheid. Hij schilderde wat hij zag. Het kerkje. Het gemeentehuis. De herberg. De irissen. De boomwortels. Dat zijn mentale staat zorgde voor een permanente vertekening van de realiteit is een fabeltje. De kunstenaar Vincent van Gogh wist precies waar hij mee bezig was.
Door de korenvelden wandel ik vanuit het dorpje naar de begraafplaats. Vincents graf, en dat van zijn broer Theo, is aan het oog onttrokken. Alleen de stenen die zeggen dat zij daar rusten, steken boven een bed van klimop uit. Klimop uit de tuin van de dokter, geplant door diens zoon om de band met Van Gogh en de verbondenheid tussen de broers tot in lengte van eeuwen te laten voortduren.
Liliane Waanders (1963) is (literair) journalist, redacteur, programmamaker. Zij interviewt al ruim dertig jaar schrijvers op podia, ontwikkelde Biografie op de bühne, het maandelijkse praatprogramma van Biografieportaal, recenseert voor Poëzietijdschrift Awater en maakt publiceren – boeken, podcasts, praatprogramma’s en evenementen – mogelijk bij Uitgeverij De Meent in Rotterdam. En ze heeft een eigen website: hanta.nl.
