Keuzelijst kunstgeschiedenis 2021-2022


Dit is de printversie van de keuzelijst.

Betekenis symbolen: het aantal penseeltjes (1, 2 of 3) duidt op de moeilijkheidsgraad van de boeken.


Stilleven

Saskia de Bodt
U21-01
Wbooks, 2019, 128 p.

Eeuwenlang werden prachtige stillevens gemaakt van de meest exotische voorwerpen en bloemen, maar aan het einde van de negentiende eeuw stapten Nederlandse en Vlaamse schilders af van deze klassieke, realistisch geschilderde composities. Kunstenaars als Floris Verster, Jan Sluijters en Pyke Koch voerden radicale vernieuwingen door in het stilleven. Het kleurgebruik werd uitbundiger en de voorstellingen abstracter. Het boek biedt een vernieuwend beeld van het Nederlandse en Belgische stilleven van omstreeks 1870 tot nu. De werken zijn onderverdeeld in meerdere themas en de vraag wordt aan de orde gesteld wat nu precies een stilleven tot een stilleven maakt. Alle kunstwerken die in het boek aan de orde komen, zijn kleurrijk afgebeeld. Diverse details zijn uitvergroot, zodat de hand van de meester goed te zien is. Mocht het genre van stilleven soms een wat saaie groepering van objecten lijken, dan overtuigt dit boek u van het tegendeel. We zullen aan de hand van discussie- en kijkvragen gaan bekijken hoe kleurrijk en levendig het moderne stilleven is.

Links genoemd in de leeswijzer

Nieuwe kaders

Flip Bool
U21-02
Wbooks, 2020, 144 p.

In hun zoektocht naar een moderne, objectieve blik hadden schilders en fotografen in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw meer gemeen dan ze zich op dat moment realiseerden, of wilden toegeven. Kenmerken van de beeldtaal van het neorealisme en de Nieuwe Fotografie: een haarscherpe weergave van doodgewone dingen (zoals etalagepoppen en stil¬levens) en alledaagse situaties (zoals het stadsgewoel en bedrijvigheid in de haven) in al hun details, abrupt afgesneden door een kader, bij voorkeur in close-up, of vanuit een uitzonderlijk hoog of laag perspec¬tief. De moderne experimentele film, met zijn snelle montage en onopgesmukte acteurs, vormde een belangrijke gedeelde inspiratie¬bron. Dit grensverleggende boek laat voor het eerst zien hoe deze kunstdisciplines in Nederland toentertijd sterke verwantschap vertonen. Kunstenaars als Paul Citroen, Charley Toorop, Joris Ivens, en Eva Besnyö verkeerden regelmatig in dezelfde kringen en portretteerden elkaar regelmatig. Het gemeenschappelijke gevoel met iets nieuws bezig te zijn ontketende een vruchtbare wisselwerking. Drie auteurs werkten samen in Nieuwe kaders: kunst- en fotografiehistoricus Flip Bool; conservator Marieke Jooren; en filmhistoricus Vera de Lange. Dit royaal geïllustreerde boek, verschenen ter gelegenheid van de gelijknamige tentoonstelling in Museum MORE, zal voor veel lezers een eye opener zijn. Het nodigt uit om zelf voorbeelden te vinden van de kruisbestuiving tussen schilderkunst, fotografie en film.

Art Nouveau in Nederland

Jan de Bruijn
U21-03
Wbooks, 2018, 240 p.

Midden in de bloeiperiode 1870-1925 in de Nederlandse kunsten ontstaat een nieuwe stroming, met internationale verbindingen, maar met een duidelijk eigen gezicht: de art nouveau. Zoals de naam aangeeft, streeft de art nouveau naar een breuk met stijlen uit de negentiende eeuw. Binnen deze vernieuwingsdrift ontstaat echter tegelijkertijd ook een herwaardering voor het ambacht, een grote interesse in het volmaakte en ongerepte van de natuur en een fascinatie voor exotische culturen. Dit uit zich in meubelkunst, textiel, metaalwerk, keramiek, schilderkunst, sculptuur, werk op papier en mode. Deze uiteenlopende kunsten zijn breed vertegenwoordigd in de collectie van het Kunstmuseum in Den Haag en variëren van werken van Toorop tot Colenbrander en van Reformmode tot de befaamde Dijsselhofkamer. Ze vormen in 2018 het vertrekpunt voor de tentoonstelling Art Nouveau in Nederland en voor het bijbehorende boek. Bijzonder is dat de verschillende kunstvormen vanuit velerlei perspectieven in een breed tijdsbeeld worden neergezet. Het rijk geïllustreerde boek geeft daarom een goed en helder inzicht in deze unieke kunststroming.

Breitner en Israels

Frouke van Dijke
U21-04
Wbooks, 2020, 222 p.

Eind 19de eeuw steken twee jonge kunstenaars met kop en schouders uit boven hun tijdgenoten: George Hendrik Breitner en Isaac Israels (geschreven zonder trema om zich te onderscheiden van zijn vader, de beroemde Haagse school-schilder Jozef Israëls). Breitner en Israels vormen de kern van de eerste Nederlandse avant-gardebeweging. In Amsterdam bewegen ze zich in kringen van de Tachtigers. Israels verruilt zijn teken¬achtige stijl voor de losse toets van Breitner, de chroniqueur van het moderne stadsleven. Israels bekent in zijn brieven dat het werk van Breitner hem zowel inspireert als intimideert. De rivaliteit tussen de schilders zorgt voor spanningen en mondt uit in een ruzie die pas jaren later wordt bijgelegd. Breitner en Israels waren gevierde kunstenaars die uiteindelijk het beste in elkaar naar boven haalden. In tien hoofd¬stukken vergelijkbaar met verschillende rondes in een bokswedstrijd schetst Frouke van Dijke, conservator negentiende-eeuwse kunst bij Kunstmuseum Den Haag, een levendig beeld van de langdurige wedijver tussen deze twee rivaliserende schilders en hoe dit hun werk diepgaand heeft beïnvloed. Heerlijk lees- en kijkboek (200 afbeeldingen!) dat uitnodigt tot stellingname: wie van de twee was de grootste schilder? Nota bene: het boek kent twee uitvoeringen met afwijkende titels en omslagen: Breitner en Israels met een zelfportret van Breitner, en Israels en Breitner met een zelfportret van Israels. Een gimmick van de uitgever inhoudelijk is er geen verschil.

Jan Mankes

Remon van Gemeren
U21-05
Wbooks, 2020, 240 p.

Het honderdste sterfjaar in 2020, van de schilder en graficus Jan Mankes was de aanleiding voor deze biografie. Mankes, geboren in 1889 werd slechts 30 jaar en liet bijna tweehonderd, veelal kleine schilderijen na. Remon van Gemeren schetst een gedetail¬leerd portret van de uiterlijk rustige Mankes, van zijn over¬denkingen, twijfels, vriendschappen en zijn liefde voor de natuur. Van Gemeren beschrijft de zoektocht van Mankes naar het verbeelden van de natuur met een bijzondere gevoeligheid en verstilling. In Mankes werk geen grootse vergezichten maar intieme portretten van wat hem aantrok in zijn directe omgeving. De biografie en het werk van Jan Mankes is een verhaal over kracht en kwetsbaarheid en geeft daarmee een goed beeld van zijn leven. De 18 afbeeldingen in het boek hebben niet de kwaliteit die zijn werk verdient. Maar gelukkig kunnen we het werk van Jan Mankes bewonderen in meerdere musea in het land. Met de achtergrondinformatie uit het boek krijgt het kijken naar zijn werk een extra dimensie.

Links weergegeven in de leeswijzer

Frida

Hayden Herrera
U21-06
Atlas Contact, 2020, 512 p.

Frida is de biografie van de kunstenares Frida Kahlo (1907-1954) die geboren werd en opgroeide nabij Mexico-Stad ten tijde van de Mexicaanse Revolutie. Op achttienjarige leeftijd kreeg Frida een ernstig ongeluk waardoor ze een leven lang pijn zou lijden en vele operaties moest ondergaan. Tijdens haar herstel begon ze met schilderen. Ze verbeeldde zichzelf met een opmerkelijke openheid, verzacht door humor en fantasie. Ze transformeerde haar pijn tot kunst. Ze trouwde met de kunstenaar en muralist Diego Rivera en volgde hem op diverse reizen. In het begin werd Frida alleen erkend als de vrouw van Rivera, maar in 1938 kreeg ze toch haar eerste solotentoonstelling. Het werk van Frida karakteriseert zich door vrolijke kleuren die in contrast staan met een vervreemdende sfeer. In dit boek leren we een sterke vrouw kennen die ondanks haar fysieke pijn streed voor het leven, voor haar land en voor de kunst. De biografie geeft een indringende inkijk in het leven van een fascinerende kunstenares. We lezen, als Frida eenmaal met schilderen is begonnen, alles over haar kunstwerken. Er staan geen afbeeldingen in het boek, maar in het najaar staat er een grote tentoonstelling van Frida gepland in het Drents Museum: https://drentsmuseum.nl/nl/frida

Links genoemd in de leeswijzer

Pieter de Hooch in Delft

Anita Jansen
U21-07
Wbooks, 2019, 224 p.

Het boek is als een stadswandeling met Pieter De Hooch door zijn interieurs en open deuren verder achterom via binnenplaatsjes en straatjes. De stad inspireerde hem tot het maken van zijn allermooiste werken. Het boek is dan ook een speurtocht naar de zeventiende-eeuwse details van de steden Delft en Amsterdam. Pieter de Hooch [1629-1684] maakt als schilder naam in Delft, van gezellige 'kortegaerdjes' naar interieur- en gezinsscènes in binnenhuizen en op binnenplaatsjes. Rond 1660 verhuist de Hooch naar Amsterdam op zoek naar meer welvarende kopers. Negenentwintig topstukken komen in dit boek uitvoerig en goed gefotografeerd in beeld, totaal en en-détail. Ook de tijdgenoten van De Hooch, zijn inspiratiebronnen, zijn schildertechniek en het materiaal- en archiefonderzoek naar de bouwhistorie komen aan bod. Dit prachtige, uitgebreide boek maakt het mogelijk om het werk van Pieter de Hooch en zijn tijd goed te leren kennen en te bestuderen.

Links genoemd in de leeswijzer

Jean-Francois Millet

Simon Kelly
U21-08
Uitgeverij Thoth, 2019, 208 p.

De Franse kunstenaar Jean-François Millet (1814-1875) kreeg tijdens zijn leven vaak kritiek op zijn schilderijen van boeren, niet alleen vanwege zijn radicale en rauwe manier van schilderen, maar ook om de scherpe maatschappijkritiek die in de werken besloten zou liggen. Vlak na zijn dood werd hij echter gezien als een nationale held die het Franse platteland in al zijn glorie had vastgelegd. Hij werd bekend in heel Europa, Rusland en Amerika en vormde tot ver in de twintigste eeuw een inspiratiebron voor andere kunstenaars door zijn moderne stijl en zijn empathische weergave van het boerenleven. Het eerste essay in het boek besteedt aandacht aan het werk en leven van Millet, in de overige essays wordt gekeken naar de invloed die de schilder had op de impressionisten, de postimpressionis¬ten, Van Gogh en internationale kunstenaars van voor en na 1900. Het is heel boeiend om aan de hand van de essays en de vele afbeel-dingen te lezen en te kijken op welke wijze Millet bepaalde motieven verbeeldde en hoe hij met zijn schilderkunst andere kunstenaars door de jaren heen heeft beïnvloed.

Links genoemd in de leeswijzer

DUDOK

Annette Koenders
U21-09
Wbooks, 2020, 176 p.

Elegante bouwwerken komen in beeld in de monografie 'DUDOK'. Deze worden in de architectonische context van de eerste helft van de 20e eeuw geplaatst. Dudok begint zijn carrière in het leger, maar eindigt via Leiden in Hilversum waar zijn bekende 'magnum opus' nog steeds de show steelt. Minder bekend zijn de door hem ontworpen villa's, scholen, overheidsgebouwen en theaterzalen. De vele afbeeldingen tonen de werkwijze van de begaafde ontwerper en we leren hem kennen en herkennen. Frisse aandacht en onderzoek gaat naar het harmonieuze ontwerpen van Dudok, zijn oog voor detail, ritme, de rijkdom aan materiaal, kleur en betekenis op de schaal van het interieur - tot en met de grootste - de stedenbouwkundige schaal. Kortom, een geweldige kennismaking met het werk van Dudok, die wereldwijd erkenning kreeg voor zijn ontwerpen.

HIER. Zwart in Rembrandts tijd

Elmer Koffin
U21-10
Wbooks, 2020, 135 p.

Deze, van veel beeldmateriaal voorziene, catalogus verscheen ter gelegenheid van de tentoonstelling Hier, Zwart in Rembrandts tijd in het Museum Het Rembrandthuis. Aan de hand van een aantal geschilderde portretten wordt de zwarte gemeenschap in het Amsterdam van de Zeventiende Eeuw in beeld gebracht. Een zestal auteurs, van kunsthistorici, geschiedkundigen tot socioloog, gaan uitvoerig in op de nog weinig onderzochte aspecten van de zwarte mens in de kunst van die tijd. Waren de afgebeelde zwarte mensen tot slaaf gemaakte -, of vrije mensen? Uit recent onderzoek blijkt dat rondom de Jodenbreestraat een kleine zwarte gemeenschap woonde. De stereotypen die later het beeld van de zwarte mens zouden bepalen, blijken in de Zeventiende Eeuw nog niet zo overheersend. Het boek sluit af met een viertal portretten van zwarte mensen door hedendaagse zwarte kunstenaars. In dit boek staan zwarte mensen voorop, dit ondanks hun bijrol in schilderijen uit de Zeventiende Eeuw. Waar komen zij vandaan, wie waren zij en wat was hun betekenis? Het boek neemt je mee op een boeiende ontdekkingstocht van een onbekende geschiedenis.

Links genoemd in de leewijzer

Wondertuinen

Gijs van Tuijl
U21-11
Waanders Uitgevers, 2016, 176 p.

Ernst Veen, voormalig directeur van de Hermitage en De Nieuwe Kerk in Amsterdam, toont in Wondertuinen de mooiste beeldentuinen van de wereld. Hij is al jaren gefascineerd door de combinatie van kunst en natuur en het is verrassend hoe deze twee elementen in de beeldentuinen bij elkaar zijn gekomen. Samen met oud-Stedelijk-directeur Gijs van Tuyl gaat hij op reis naar uiteenlopende plekken over de wereld: Nieuw- Zeeland, Brazilië en de Verenigde Staten, maar ook dichterbij naar beeldentuinen in Frankrijk, Italië en Noorwegen. De zes beschreven tuinen zijn veelal ontwikkeld in de tweede helft van de twintigste eeuw. Ze bevatten zowel sculpturen uit die periode als meer hedendaagse kunstwerken. Beeldhouwers en architecten kregen van de eigenaren meestal de vrije hand om voor hun sculpturen, soms van ongekende afmetingen, een eigen plek te zoeken in het landschap. Door de prachtige fotografie van Paul Kramer en de vele fotos krijgt men een goed overzicht van deze openluchtmusea en dwaalt men mee over de uitgestrekte tuinen en landgoederen. De zes documentaires die tegelijkertijd met het boek zijn vervaardigd, zijn online beschikbaar en geven een mooi aanvullend beeld op de verschillende beeldentuinen.
 

Altijd iets te vinden

Wieteke van Zeil
U21-12
Atlas Contact, 2020, 320 p.

Aan de hand van details bespreekt kunsthistorica Van Zeil geestig en enthousiast 59 figuratieve kunstwerken waarbij regelmatig een link met de actualiteit wordt gelegd. Deze korte kunstbeschouwingen gecombineerd met de fraaie fotos van het kunstwerk en het detail nodigen uit om zelf ook een mening te vormen. Als handreiking om tot een gewogen oordeel te komen worden in de inleiding zes tips gegeven, zoals het uit- of bijstellen van je mening en het belang om een kunstwerk in het echt te zien. Nieuwe perspectieven over hedendaagse kwesties zoals de positie van vrouwelijke kunstenaars, versnippering van Banksys Girl with balloon en de huidskleur van Jezus komen, verspreid tussen de besproken kunstwerken, in vijf prikkelende essays aan bod. De nadruk ligt op Westerse schilderkunst, van oud tot contemporain, maar ook met miniaturen, kunstnijverheid en niet Westerse kunst laat van Zeil ons oefenen in oordeelsvorming. Toegankelijk geschreven met veel full color illustraties levert het boek veel aanknopingspunten om erover te discussiëren. Een aantal besprekingen zijn eerder in de Volkskrant verschenen. Geen boek om meteen uit te lezen, maar om na een paar bladzijden de tijd te nemen om zelf actief met de besproken kunstwerken bezig te zijn.

Links genoemd in de leeswijzer

Van Nellefabriek

Willemijn Zwikstra
U21-13
Uitgeverij Matrijs, 2019, 160 p.

Het boek Van Nellefabriek zou je een biografie van een monument kunnen noemen. De Rotterdamse familie Van Nelle, ooit gestart als kruidenier, gaf in de twintiger jaren van de vorige eeuw de opdracht tot een opmerkelijk bouwinitiatief. Het gebouw dat verrees aan de Schie is een goed doordacht ontwerp van de architecten Brinkman en Van der Vlugt. De fabriek van de importproducten thee, koffie en tabak toont het sociale karakter van de opdrachtgevers. Er worden Nieuwe Zakelijke bouwmaterialen als glas, staal en beton toegepast en het resultaat is nog steeds verbluffend; de ijle schoonheid van de enorme volumes met veel transparantie en glans waartussen karakteristieke bruggen het tot een werkend geheel maken. Het gebouw doorloopt de glorietijd van groei en wederopbouw tot aan de overname door internationalisering van de markt. Tegenwoordig wordt de gerestaureerde Ontwerpfabriek met zijn enorme lichte ruimtes hergebruikt voor Van Nelle Fabriek Events, zoals de jaarlijkse Art Rotterdam. Een lichtend voorbeeld van modernisme in wit, blauw en glas blijft bekroond met de rode neonletters VAN NELLE. Het boek beschrijft niet alleen het ontstaan van dit iconische gebouw, maar ook het gedachtegoed achter het ontwerp en hoe het complex gebruikt werd. Een bijzonder interessant verslag.