Keuzelijst kunstgeschiedenis 2020-2021


Download hier de printversie van de keuzelijst kunstgeschiedenis

Betekenis symbolen: het aantal penseeltjes (1, 2 of 3) duidt op de moeilijkheidsgraad van de boeken.


Walk through walls

Marina Abramovic en James Kaplan
U19-01
Singel uitgeverijen, 2016, 384 p.

Marina Abramovic (1946) maakt al vijftig jaar baanbreken¬de kunst. Haar werk vormt een levende verbeelding van haar innerlijke en fysieke moed. In Walk Through Walls onthult Abramovic haar persoonlijke geschiedenis heel openhartig. Ze groeide op in een rigide gezin, dat deel uitmaakte van de elite in het oude Joegoslavië onder Tito. Toen zij in 1975 naar Amsterdam kwam op uitnodiging van Galerie De Appel voor een performance, ging er een wereld vol mogelijkheden voor haar open. Ze begon hier aan een reeks spraakmakende en baanbrekende performancewerken, in het begin samen met haar geliefde Ulay. In dit boek zien we de artiest in actie. Ze vertelt hoe ze lichaam en geest over de grenzen van pijn, uitputting en angst duwt in haar zoektocht naar emotionele en spirituele transformatie. Het boek is niet alleen een biografie over het leven van deze bijzondere kunstenares, maar laat ons ook kennismaken met performancekunst en de omgeving waarin die kunstvorm tot ontwikkeling kwam. Een aanrader, ook als deze kunstvorm je niet direct aanspreekt.

Links genoemd in de leeswijzer:

In Ogenschouw, essays over kunst

Julian Barnes
U20-01
Olympus, 2019, 320 p.

Boeit het oog, prikkelt het de hersenen, zet het de geest tot reflectie aan en beroert het het hart; en verder is er vakmanschap in te bespeuren? Ziedaar de meetlat die Julian Barnes hanteert in zeventien essays bij het beschouwen van kunstobjecten). Over Géricault tot en met Hodgkin. Hij schrijft niet als kunstkenner, maar als liefhebber. Die liefde begint in 1964 als hij zonder dat het moest het Musée Gustave Moreau bezoekt, waar hij wordt geraakt door Moreaus werken. De kunstessays vertellen samen het verhaal over de manier waarop de kunst vanuit de romantiek via het realisme is uitgekomen bij het modernisme. Maar pas op, Barnes schrijft geen kunstgeschiedenis. Tijdens zijn zoektocht analyseert hij waarom zijn oog blijft hangen, waarom hij betoverd raakt of juist niet. Daarnaast schuwt hij het smeuïge anekdotische niet. Zo wil hij te weten komen waarom Vuillard zo vaak zijn vrouw in bad schilderde of waarom Picasso eigenlijk bang was voor Braque.

Doorkijken

Merel Bem
U19-02
Bezige Bij, 2016, 124 p.

Sommige werken draag je een leven lang met je mee. Ze nestelen zich in je hoofd en houden zich daar schuil, wachtend op het moment dat je ze nodig hebt. Joke van Leeuwen schrijft over dit boek: ‘Dit heerlijke boek brengt kunst dichterbij en jezelf verder’. In Doorkijken laat kunstcriticus Merel Bem zien hoe bruikbaar en troostrijk kunst kan zijn voor het leven van alledag. Behalve schoonheid, hoop en de mogelijkheid tot tijdreizen bieden kunstwerken afleiding tijdens het wachten voor een stoplicht of eerste hulp bij het opvoeden. Ze plaatsen jeugdherinneringen in een ander daglicht en verlenen de gewoonste gebeurtenissen een grootse betekenis. In 22 heldere leesbare verhalen legt de schrijfster op lichtvoetige wijze verbanden tussen de moderne kunst en het leven, niet groots en meeslepend maar associërend en lichtvoetig. Ze benadert het beeld niet kunsthistorisch maar brengt de werken van kunstenaars als Ron Mueck, Tino Sehgal, Diane Arbus, On Kawara, Bruce Nauman dichtbij en navoelbaar. Elk verhaal opent met een foto van het kunstwerk.

Links genoemd in de leeswijzer

DADA. Een geschiedenis

Hubert van den Berg
U20-02
Vantilt, 2016, 267 p.

Dada. Een geschiedenis beschrijft het ontstaan en de ontwikkeling van de dadabeweging. Een kunststroming met vele gezichten: beeldende kunst, theater, manifesten en performances. Dada wordt vaak een antibeweging genoemd. Maar in werkelijkheid is dada een samensmelting van de vooroorlogse avant-gardistische ismen geweest zoals het kubisme, futurisme en expressionisme, en de opmaat voor het surrealisme en het constructivisme. Na de ontluistering van de Eerste Wereldoorlog vonden kunstenaars van allerlei pluimage vluchtelingen en emigranten elkaar in het Zwitserse Zürich. Dada is een wel heel belangrijke kunststroming in de ontwikkeling van de moderne kunst en literatuur van de twintigste eeuw. De echo daarvan klinkt nog steeds na in de hedendaagse kunst. Een dikke pil, maar wel met veel en kleurig illustratiemateriaal. Absoluut de moeite waard wil je iets meer weten over deze kunststroming tussen de twee wereldoorlogen van de vorige eeuw.

De jonge Rembrandt. Een biografie

Onno Blom
U20-03
De Bezige Bij, 2019, 277 p.

In het Rembrandtjaar verscheen een pareltje: De jonge Rembrandt. Een biografie, geschreven door Onno Blom. Deze ervaren biograaf, ook geboren in Leiden, heeft kennis van kunst en van Leiden. Het boek volgt de jonge kunstenaar in diens Leidse periode (1606-1632) met de vraag: hoe werd de jonge Rembrandt de grote schilder Rembrandt? Onno Blom beschrijft het leven van alledag van het Leiden in de tijd van de Republiek met zijn godsdiensttwisten en de opstand tegen Spanje. Rembrandt bracht er zijn jeugd- en adolescentiejaren door. We lezen hoe de schilder groeit in vakmanschap en zeggingskracht. Het zelfportret met breedgerande hoed uit 1632 (zie omslagbeeld) is de Leidse finale: "Rembrandt was Rembrandt geworden", aldus Onno Blom. En de schilder verhuist naar Amsterdam. De Jonge Rembrandt leest als een trein. Het gaat over een mens van vlees en bloed en over de fascinatie van de ene Leidse jongen voor die andere Leidse jongen.

Blikseminslag. Stukjes over kunst

Carel Blotkamp
U20-04
Waanders & de Kunst, 2018, 160 p.

Carel Blotkamp schrijft in het tijdschrift Kunstschrift. Onder de verzamelnaam Blikseminslag zijn nu 35 artikeltjes gebundeld. Hij neemt de lezer mee langs de drie themas. Blikseminslag zijn bijzondere beschrijvingen van persoonlijke ervaringen van de auteur, waarvan het meest indrukwekkende is Walter De Maria en Giovanni Bellini, Portret van Doge Leonardo Loredan. In Grensgebied kijkt de auteur naar de beeld technische overgangen van vlakken en vormen. Carel Visser Stervend paard, Jan Toorop Lijnenspel en Barnett Newman Right Here komen met anderen aan de orde. In De woorden komen letters en teksten, zoals kunstenaars die aan de werken toevoegen, in beeld. Voorbeelden zijn René Magritte Het rode model, Marlene Dumas Waiting for Meaning en van Jacoba van Heemskerck het werk Kleurencompositie nr. 106. Het werk is vlot geschreven en kan naar persoonlijke volgorde en interesse gelezen worden. Het is fraai geïllustreerd met ruim 60 afbeeldingen van kunstwerken.

Bruegel. De schilders van boeren en heiligen

Nills Büttner
U19-03
Meulenhoff, 2019, 128 p.

Niet voor niets is Bruegel zo’n beroemd schilder. De boerenbruiloft, De toren van Babel, Jagers in de sneeuw; het zijn maar drie schilderijen uit zijn fascinerende oeuvre. Bruegel was een landschapsschilder, maakte veel Bijbelse taferelen en op latere leeftijd werd zijn roem nog groter door zijn schilderijen van boeren. In Bruegel. De schilder van boeren en heiligen worden de schilderijen van Bruegel geduid door de Duitse hoogleraar Nils Büttner. Bruegel zelf heeft zich nooit uitgesproken over zijn kunst, maar Büttner bekijkt de kunstwerken door de ogen van het toenmalige publiek. Voor wie maakte Bruegel zijn kunst? Wat was toen de manier waarop men naar zijn werk keek? Zijn werk leek altijd heel realistisch. Het was geen toeval dat de schilder Boeren-Bruegel werd genoemd. Maar de kunst van Bruegel was niet alleen mooi. De schilderijen zitten vol details en deze details zitten weer vol (verborgen) betekenissen. Door de schilderijen van Bruegel in een historisch kader te plaatsen, krijgen ze nog meer zeggingskracht. ‘Zo’n kermis van Bruegel is uitzonderlijk in zijn ambachtelijkheid en inventiviteit.’ De Volkskrant

Links genoemd in de leeswijzer


 

Rubens. De schilder van mythen en goden

Nills Büttner
U19-04
Meulenhoff, 2017, 168 p.

Peter Paul Rubens (1577-1640) werd door zijn tijdgenoten uitgeroepen tot de 'God der schilders'. Zijn roem reikte veel verder dan zijn geliefde thuisstad Antwerpen. Zijn oeuvre is imposant: meer dan 1400 schilderijen en schetsen. De Duitse hoogleraar Nils Büttner, specialist in de Nederlandse vroege kunst- en cultuurgeschiedenis, geeft een chronologisch verslag van het leven van Rubens, van zijn vormende jaren in Italië tot aan zijn illustere jaren aan de Europese hoven. Maar het boek is meer dan een beknopte biografie. Büttner reconstrueert, op basis van recent wetenschappelijk onderzoek, de denk- en handelwijze van de zich op hoofse idealen oriënterende Antwerpse bovenlaag en komt zo tot een eigen visie op het leven en werk van Rubens. Een aantrekkelijke kennismaking met een van de grootste schilders uit de Barok. Een boek dat je uitnodigt het werk van Rubens met nog meer aandacht te bekijken.

Links genoemd in de leeswijzer

Kunst is om te huilen. Heftige emoties bij het kijken naar kunst

Antoon Erftemeijer
U19-05
Lecturis, 2018, 207 p.

Flauwvallen voor de Mona Lisa; huilen van ontroering bij een Mondriaan; weerzin voelen bij een Picasso; woedend worden op een schilderij van Newman. Kunst kan vele soorten emoties oproepen: ontroering, vrolijkheid, verliefdheid, vervoering, maar ook afkeer en woede. Kunst is om te huilen bevat honderden voorbeelden van emotionele reacties op kunstwerken uit 2500 jaar kunstgeschiedenis. Maak kennis met het syndroom van Stendhal, lees de ontboezemingen van Couperus, Dostojevski en Van Gogh en maak kennis met de heftige, boeiende en inspirerende reacties van vele andere beeldenstormers en kunstminnaars. Antoon Erftemeijer, conservator moderne kunst bij het Frans Hals Museum, laat ons genieten en huiveren van reacties, die laten zien wat kunst bij mensen teweeg kan brengen.

Links genoemd in de leeswijzer:

  • Canvas. Deze verwijzing klopt niet meer, er wordt gezocht naar een vervangende verwijzing.
  • Medisch Contact
  • nd.nl

Oogzenuw

Maria Gainza
U20-05
Podium, 2018, 188 p.

Elf verhalen, maar ook een roman over het leven van de ik-figuur, van wie we de naam niet kennen, in Argentinië, Buenos Aires en omstreken. In deze roman verweeft Maria Gainza, een Argentijnse kunstcriticus, op een originele wijze kunst met ervaringen uit het leven van de hoofdpersoon. Voor de hoofdpersoon is het museum een schuilplaats. Mijn overlevingsinstinct leidt mij altijd naar musea, zoals mensen in oorlogstijd schuilkelders in vluchten. De ik-figuur komt er steeds terug en kijkt dan weer opnieuw naar haar favoriete schilderijen. Zo krijgen ze betekenis voor haar, maar misschien ook voor de lezer. Mysterieus, vervreemdend, soms schijnbaar van de hak op de tak springend. Maar zo mooi van taal. Door de ogen van de ik-figuur kijken we naar schilderijen waar we wellicht nooit eerder naar keken, zoals Het hert van Dreux. Geen plaatjes in dit boek, maar op YouTube staat een filmpje waarin alle schilderijen uit het boek achter elkaar zijn gezet, met een muziekje eronder.

Denk als een kunstenaar

Will Gompertz
U19-06
Meulenhoff, 2016, 240 p.

Denk als een kunstenaar is de inspirerende titel van het boek van de spraakmakende Engelse auteur en kunstcriticus William Edward (“Will”) Gompertz (1965). In dit boek leidt hij ons langs een bont gezelschap van beroemde kunstenaars, die één ding gemeen hebben: creativiteit. In zijn boek laat Gompertz zien hoe creativiteit werkt en hoe kunstenaars denken. Hij nodigt de lezer uit om zelf ook een creatief proces te beginnen en de positieve kant van zo’n proces te ontdekken. Zijn journalistieke stijl maakt dit tot een vlot leesbaar boek, vol interessante anekdotes, dat u ongetwijfeld veel plezier zal verschaffen.

Links genoemd in de leeswijzer:

Het streven. Kan hedendaagse kunst de wereld verbeteren?

Hans den Hartog Jager
U19-07
Athenaeum, 2014, 192 p.

Hans den Hartog Jager probeert de vraag te beantwoorden of kunst in staat is om de maatschappij te veranderen. Het is een, bijna associatieve, zoektocht van de auteur naar de hedendaagse relevantie van kunst. Kunst en maatschappij zijn twee gescheiden werelden. Er is als het ware een muur opgetrokken tussen de kunstwereld en de echte wereld. Kunstenaars hebben sinds het midden van de negentiende eeuw de vrijheid om te maken wat ze willen, maar daardoor zitten ze wel in een reservaat. Ze mogen prikkelende ideeën uiten, maar de maatschappij beslist of ze daar iets mee wil doen. Hans den Hartog Jager bespreekt op een vloeiende manier het functioneren van de kunst sinds de Romantiek tot aan de huidige kunstwereld met kunstenaars als Francis Alÿs, Renzo Martens, Yael Bartana en Steve McQueen. Kunstenaars willen nu weg uit het kunstreservaat, maar kan dat wel? Of blijven kunstenaars hofnarren die bestaand beleid mogen legitimeren?

Links genoemd in de leeswijzer

Interieurs van het Binnenhof. Verscholen erfgoed in beeld

Paula van der Heiden
U20-06
Stokerkade, 2018, 239 p.

Paula van der Heiden start haar rondleiding door het Binnenhof met de geschiedenis van het Grafelijk Hof. Van de stichting in de dertiende eeuw schakelt ze door naar het regeringscentrum van 1812 en naar het huidige gebruik door Eerste en Tweede Kamer en het Ministerie van Algemene Zaken (t torentje). Na het totaaloverzicht komen de interieurs van de acht verschillende bouwdelen met hun historische bronnen en beschrijving met uitvoerig fotowerk aan bod, de inrichting met meubelstukken - van troon tot boekenkast - en de (historische) afwerkingen van vloer, wand en plafond (-schilderingen). Ook de bij de bouwhistorie betrokken architecten krijgen ruime aandacht. Tot besluit is er nog een interessant totaaloverzichtje van trappen en trappenhuizen - van statietrap tot roltrap - opgenomen. De twee-eeuwen-durende verbouwgeschiedenis van herbestemming, aanpassing en inrichtingen toont heel diverse stijlen en vormen door de tijdgebonden keuzes van rijksbouwmeesters in die periode.

Apenrotsen en andere nauwe verwanten

Bernard Hulsman
U19-08
Nieuw Amsterdam, 2017, 384 p.

Apenrotsen en andere nauwe verwanten vliegt door de laatste eeuw moderne architectuur. Met verhalen over gebouwen, die familie van elkaar lijken te zijn, leren we de trends en modes herkennen. Imitatie en navolging is volgens de auteur Benard Hulsman nog steeds één van de belangrijkste principes in de bouwkunst. Door interviews met sleutelfiguren uit de 20e en 21e eeuw, waaronder Herman Hertzberger, Rem Koolhaas, Hans Kolhoff en Winy Maas, komen we uit bij de moraal in de architectuur. Le Corbusier is bepaald geen humanistische architect, maar is eerder fascistisch te noemen. 'Form Follows Function‘ en ‘Less is More', de argumenten van het modernisme, blijken slecht gefundeerde strijdkreten. Rem Koolhaas spreekt zich uit voor een preserverende architectuur. De combinatie van zorgvuldig gekozen illustraties en vlot geschreven columns-essays maakt het tot een leerzaam-plaatjes-boek. 'Apenrotsen en andere nauwe verwanten' confronteert bouwwerken enerzijds met hun look-a-likes overal ter wereld en anderzijds met de verschillende architectuur-opvattingen uit de geschiedenis. De set vragen en opdrachten na de samenvatting stimuleert een andere manier van kijken naar onze gebouwde omgeving.

Tuymans volgens Tuymans, twintig jaar in gesprek met Luc Tuymans

Danny Ilegems
U20-07
Lebowski Publishers, 2019, 176 p.

Van 1999 tot 2019 interviewt de Vlaamse journalist Danny Ilegems Luc Tuymans, de kunstschilder uit Antwerpen. Deze interviews zijn nu gebundeld en van een context voorzien. In deze twintig jaar groeide Tuymans uit tot een wereldberoemd kunstenaar. Zijn werk is vertegenwoordigd in de meest prestigieuze kunstverzamelingen en musea, met als voorlopig hoogtepunt de tentoonstelling in Palazzo Grassi in Venetië, zomer 2019. Tuymans vertelt openhartig over zijn werk en leven, de kunstwereld en de politiek. Een mooi portret van Tuymans, zijn werk en zijn drijfveren. In de tijd dat schilderkunst een ondergeschoven kindje was op de internationale kunsttentoonstellingen, bleef Tuymans zich ontwikkelen als schilder. Zestien pagina's kleurenfotos maken dat we direct een beeld krijgen waar het over gaat. Enige voorkennis van de kunstwereld helpt, maar de zoekmachine is geduldig. De interviews lezen vlot en geven een goed en verdiepend beeld van de kunstenaar.

Leonardo da Vinci

Walter Isaacson
U19-09
Spectrum, 2017, 640 p.

Leonardo da Vinci wordt gezien als het meest creatieve genie ooit. Naast zijn wereldberoemde werk als schilder was hij ook uitvinder, schrijver, architect, beeldhouwer, componist, anatomist, filosoof, natuurkundige, scheikundige en ingenieur. Op basis van duizenden pagina’s van Da Vinci’s aantekenboeken en nieuwe ontdekkingen over zijn leven en werk vertelt Isaacson een prachtig verhaal over hoe Da Vinci’s kunst verweven is met de wetenschap. Hij laat zien hoe Da Vinci’s genialiteit gebaseerd was op vaardigheden die we in de hand hebben, zoals zijn onstilbare nieuwsgierigheid, zorgvuldige observatie en verbeeldingskracht die grenst aan fantasie. Van dit boek wordt alleen een leeswijzer gemaakt als er voldoende belangstelling voor bestaat. We wachten eerst de aanmeldingen af.

Links genoemd in de leeswijzer

Charlotte van Pallandt. Kunst als levensdoel

Maarten Jager
U20-08
Waanders uitg., Museum de Fundatie, 2019, 144 p.

Maarten Jager beschrijft in het rijk geïllustreerde boek naast de leef- en denkwereld van Charlotte van Pallandt haar ontwikkeling als beeldhouwster. Een sterke vrouw die keihard werkte: Wat telt is mijn werk. Dat is de reden van mijn bestaan. Charlotte van Pallandt (1898-1997) ging na een kort huwelijk in de jaren twintig van de vorige eeuw naar Parijs, waar zij teken- en schilderlessen nam en beïnvloed werd door het kubisme. Later begon zij met beeldhouwen, destijds uitzonderlijk voor vrouwen. Haar kracht lag in beelden van de menselijke figuur en speciaal in het maken van koppen, waaruit de karakters sterk naar voren kwamen. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg zij brede erkenning van kunstminnend Nederland. Charlotte van Pallandt is vooral bekend door haar stoere beeld van koningin Wilhelmina. Maar uit het boek blijkt dat zij veel meer in huis had. Te denken valt aan de serie Truusbeelden van haar vaste model Truus.

De Ploeg: avant-garde in Groningen 1918-1928

Mirjam Mariëtta Jansen (red.)
U20-10
Wbooks, 2018, 272 p.

De Groningse Kunstkring 'De Ploeg' kende een bloeiperiode tussen 1918 en 1928. Kunstenaars als Jan Wiegers, Jan Altink, Johan Dijkstra en H.N. Werkman lieten zich inspireren door het Duitse expressionisme. De kennismaking van Jan Wiegers met Ernst Ludwig Kirchner in Davos werkte daarbij als katalysator. Als een echte avant-gardebeweging deed De Ploeg van zich spreken. Ook architecten, beeldhouwers en letterkundigen sloten zich aan en trokken De Ploeg de internationale avant-garde in. De focus van dit boek ligt op De Ploeg in de stormachtige jaren twintig, met lokale miskenning naast internationaal succes en met scherpe meningsverschillen naast vruchtbare samenwerking. Mariëtta Jansen, conservator van het Groninger Museum en andere specialisten behandelen in dit royaal geïllustreerde boek alle facetten van De Ploeg. Dit overzichtswerk maakt je deelgenoot van het enthousiasme en de experimenteerdrift van een kunstenaarsgroep die wordt beschouwd als een van de belangrijkste in de Nederlandse kunstgeschiedenis van de twintigste eeuw.

Nederlanders in Parijs 1789-1914

Mayken Jonkman
U19-10
Thoth, 2017, 271 p.

Tal van Nederlandse schilders vestigden zich tussen 1789 en 1914 voor kortere of langere tijd in Frankrijk. Immers, in Parijs was de vernieuwing in de schilderkunst gaande! In dit fraai geïllustreerde boek schetsen de auteurs in elf gedegen opstellen onder redactie van Mayken Jonkman de artistieke uitwisseling tussen de Parijse schilders en negen van hun Nederlandse collega’s. Het resultaat van deze uitwisseling vond ook zijn weerslag onder de vakgenoten in Nederland. Bovendien is er aandacht voor de soms hartelijke dan wel lauwe ontvangst van onze landgenoten in de Franse kunstwereld. De samenstellers trappen af met een karakteristiek van Parijs als centrum van de kunstwereld in de negentiende eeuw en typeren daarna het werk dat de Nederlanders in de Franse hoofdstad exposeerden tijdens de Wereldtentoonstelling tussen 1855 en 1900. Vervolgens komen in drie periodes de negen schilders afzonderlijk aan bod, te weten Gerard van Spaendonck en Ary Scheffer (1789-1848); Johan Barthold Jongkind, Jacob Maris en Frederik Hendrik Kaemmerer (1849-1870); George Hendrik Breitner, Vincent van Gogh, Kees van Dongen en Piet Mondriaan (1871-1914). Een zeer informatief boek en ook belangrijk: een feest voor het oog.

Links genoemd in de leeswijzer:

De grootste fotografen

Roberto Koch
U19-11
Thoth, 2017, 448 p.

De twintigste eeuw wordt wel 'de eeuw van de fotografie' genoemd, omdat het beeld dat wij van deze eeuw hebben vooral door foto's is gevormd. De grootste fotografen belicht het werk van twintig bekende, invloedrijke fotografen die stuk voor stuk pioniers waren op hun terrein. Van de experimentele foto's van Man Ray uit de jaren dertig tot de glamourfoto's van Helmut Newton uit de jaren tachtig, of de meer recente oorlogsreportages van James Nachtwey. Elke fotograaf krijgt een portfolio toebedeeld van 22 pagina's, met hun beroemdste foto's, vergezeld van informatieve bijschriften, prikkelende quotes en biografische gegevens. Het boek werd samengesteld door de Italiaanse kenner en uitgever van kunstfoto's Roberto Koch. Fraai vormgegeven fotoboek met verhelderende teksten over twintig legendarische fotografen, die bijna alle genres binnen de moderne fotografie bestrijken. Ruim geïllustreerd met grote, meestal pagina vullende, foto's in zwart-wit en kleur. De grootste fotografen leent zich goed om samen te discussiëren over de rol van de fotografie in de kunst en de rangorde binnen de kunstfotografie.

Links genoemd in de leeswijzer:

De wereld van Pyke Koch

Andreas Koch e.a.
U20-13
Wbooks, 2017, 160 p.

Dit boek besteedt in vier essays aandacht aan de wereld van Pyke Koch (1901-1991): zijn werk en zijn leven in de context van zijn tijd. In de jaren dertig was zijn naam definitief gevestigd als een van de meest vooraanstaande kunstenaars en een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het magisch realisme in Nederland. Kleinzoon Andreas beschrijft in een essay zijn herinneringen aan zijn grootvader. Kunsthistoricus Roman Koot gaat in op het vroege werk van Koch en schetst een beeld van de culturele wereld in Utrecht rond de jaren dertig. Kunsthistorica Mieke Rijnders behandelt de keuze van Koch voor het fascisme en wat dat voor zijn werk betekende en Marja Bosma tot slot geeft een verslag van de zoektocht van Koch naar een ideale kunst. Het boek bevat veel prachtige illustraties. Ook als je geen fan van het magisch realisme bent, is het interessant om te lezen hoe een autodidact zich zo snel ontwikkelde als kunstenaar in de jaren dertig van de vorige eeuw.

De Kunstmeisjes

Mirjam Kooiman e.a.
U20-09
Meulenhoff, 2019, 264 p.

Gemiddeld kijken mensen twintig seconden naar een kunstwerk. Maar welke geheimen ontvouwen zich op dat moment? Het boek De Kunstmeisjes is geschreven door drie jonge kunsthistorici die mensen enthousiast willen maken voor kunst. Daartoe hebben ze vijftig van hun favoriete kunstwerken geselecteerd die zich bevinden in Nederlandse musea. We treffen in het boek voorbeelden aan van fotografie, videokunst, sculptuur, schilderijen, altaarstukken en super-hedendaagse installaties gemaakt door diverse kunstenaars van Frans Hals, Breitner en Morandi tot Yayoi Kusama, Louise Bourgeois en Anish Kapoor. De auteurs duiken onder het oppervlak van de kunstwerken en vertellen verrassende, ontroerende en grappige verhalen die zich daar verschuilen. Elk kunstwerk dat behandeld wordt, staat in het boek afgebeeld. Ook als je al een enthousiaste museumbezoeker bent, is het leerzaam en grappig om verhalen te lezen vanuit verschillende invalshoeken over vijftig geselecteerde kunstwerken uit diverse tijdperken.

Mondriaan. Uit de natuur

Marcel van Ool
U19-12
Athenaeum, 2017, 240 p.

Een eigenzinnig werk over Mondriaan, zo zou je het boek van kunsthistoricus Marcel van Ool kunnen typeren. En Van Ool zelf? Fan van Mondriaan en bezeten van de natuur. Maar na tal van colleges en meters boeken over deze schilder verzucht hij: ‘eigenlijk wist ik niets van Mondriaan’. En dan gaat hij op ontdekkingsreis langs de plaatsen waar Mondriaan gewoond en gewerkt heeft en hij voert de lezer met groot enthousiasme langs al die plekken in Nederland, Parijs, Londen en de Verenigde Staten. De auteur beschrijft hoe de natuur en Mondriaans levensfilosofie diens werk beïnvloeden. De schilder komt tot de slotsom, dat hij niet langer de illusie, maar juist de dynamiek van de zichtbare werkelijkheid moet schilderen: die komt volgens hem het beste tot zijn recht in de abstractie. Ook bespreekt Van Ool de ontvangst van Mondriaans artistieke opvattingen door collega-schilders, kunstverzamelaars en musea. Aan het eind van zijn boek verrast Van Ool ons met een smakelijk toetje: in hoeverre is het Nederlandse polderlandschap met zijn rechte percelen van invloed geweest op Mondriaans abstracte werk en omgekeerd welk effect heeft Mondriaan met zijn werk gehad op de naoorlogse inrichting van Nederland.

Links genoemd in de leeswijzer:

Magritte ontsluierd. Een biografie in 50 beelden

Eric Rinckhout
U19-13
Manteau, 2017, 224 p.

Magritte, de beroemde Belgische surrealistische schilder overleed in 1967. Dit boek verscheen ter gelegenheid van zijn 50ste sterfjaar. Magritte, schilder van verwarrende beelden als wolkenvogels, zwevende bolhoedmannetjes, een bloedend standbeeld, een trein die uit de open haard komt gereden en de pijp met het onderschrift dat het geen pijp is. In Magritte ontsluierd probeert de samensteller, Eric Rinckhout, aan de hand van 50 schilderijen een inkijkje te geven in het leven en de ideeënwereld van Magritte. De schilderijen beslaan de periode 1926-1966. De werken zijn afgedrukt op een volle pagina of zelfs twee pagina’s. Daarmee wordt de tekst ondergeschikt aan het beeld. Rinckhout isoleert in elk werk een viertal uitsneden en neemt deze tot uitgangspunt voor een korte beschouwing. Hij citeert daarbij uit brieven en haalt gebeurtenissen in het leven van Magritte aan die mogelijk een verband tonen met het werk. Dit boek biedt een aardig beeld van het rijke oeuvre van Magritte.

Links genoemd in de leeswijzer

Lichtjaren, een geschiedenis van de fotografie

Hans Rooseboom
U20-12
Meulenhoff, 2019, 303 p.

De komst van de fotografie in 1839 heeft grote invloed gehad op alle gebieden waarin beeld een rol speelt. Denk aan wetenschap, kunst, reclame of nieuws. Van een bescheiden middel dat door weinigen beoefend werd, is het uitgegroeid naar het invloedrijke en overal aanwezige massamedium dat nu door velen beoefend wordt. De schrijver van Lichtjaren, Hans Rooseboom, is conservator fotografie van het Rijksmuseum. Hij beschrijft de geschiedenis van de ontwikkeling van fotografie: hoe veroverde fotografie de wereld, wat is het nut en wat het gevaar, wat is de kracht van het beeld en ook .... is het kunst? Rooseboom heeft zijn boek geïllustreerd met talloze fotos, deels als zelfstandige kunstwerken, maar ook als getuigen en tijdsdocumenten van opvattingen, gewoonten en tradities. Fotografie is inmiddels een vanzelfsprekend communicatiemiddel dat net als taal ons informeert, emotioneert of ontroert. Dit boek maakt duidelijk hoezeer fotografie onze manier van kijken heeft veranderd. In ons dagelijks bestaan, in het nieuws, in de reclame en...... in de kunst!

De avant-gardisten: De Russische Revolutie in de kunst 1917-1936

Sjeng Scheijen
U20-14
Prometheus, 2019, 587 p.

De Russische Revolutie van 1917 was een buitenkans voor avant-gardistische kunstenaars als Kazimir Malevitsj, Vladimir Tatlin en Aleksandr Rodtsjenko. Toch was het niet aan de bolsjewieken te danken dat deze 'futuristen', zoals ze zichzelf noemden, nieuwe kunstvormen introduceerden zoals performance, installatie, abstract en conceptueel werk. De revolutie in de kunst was al eerder in de nieuwe eeuw begonnen. Het is een 'schitterend misverstand' dat avant-garde en sovjetmacht schouder aan schouder optrokken. Het lag allemaal veel gecompliceerder betoogt dit met de Bookspot Literatuurprijs voor non-fictie bekroonde boek van slavist en kunstkenner Sjeng Scheijen. Dit boek kreeg veel lof toegezwaaid. Het leest als een trein, geeft een verpletterend tijdsbeeld vol dramatiek, zoals de tweestrijd tussen de ongekroonde leiders Malevitsj en Tatlin. Wie zich aangesproken voelt door de Russische avant-garde vindt hier veel nieuwe inzichten en voldoende stof tot discussie.

Rembrandt. Portret van een jonge man

Jan Six
U19-14
Prometheus, 2018, 144 p.

Jan Six ontdekt een nieuw portret van Rembrandt op de veiling bij Sotheby in Londen. Het boek beschrijft de speurtocht van Jan Six om zijn aanname bevestigd te krijgen. Hij analyseert het schilderij, bestudeert de gebruikte verf, de kleding die wordt afgebeeld, de restauraties, de latere overschilderingen, alles met behulp van verschillende fototechnieken. Het geeft de lezer een inkijkje in hoe zorgvuldig dat in zijn werk gaat. Voetnoten, begrippenlijst en literatuur¬lijst maken het boek compleet. De auteur is een nazaat van de kunst-handelaar Jan Six uit de zeventiende eeuw, de tijd van Rembrandt. Een spannend en informatief boek over een speurtocht naar de echtheid en de herkomst van een schilderij, dat laat zien hoe de echtheid van een schilderij wordt onderzocht en bevestigd.

Links genoemd in de leeswijzer:

Toer van Schayk: danser, choreoraaf & kunstenaar

Astrid van Leeuwen, Maaike Stafhorst
U20-11
Walburg Pers, 2016, 112 p.

'Toer van Schayk (1936): danser, choreograaf & kunstenaar' is een breed opgezet kunstenaarsportret. Redacteur Astrid Van Leeuwen beschrijft zijn leven, werk en persoonlijkheid. Uit interviews met vrienden en collega's van het Nationaal Ballet zijn heel verschillende ervaringen met de beeldend kunstenaar en danser genoteerd. Met de interviews komt ook de ontstaansgeschiedenis van de naoorlogse Nederlandse Theaterdans ter sprake. Uitvoerig in beeld komen de decor- en kostuumontwerpen voor balletten met ontwerpschetsen en kleurenillustraties. Los van het werk voor de danswereld is er het oeuvre dat bestaat uit portretten in klei en schilderwerk op doek en op storyboards. Het vrije werk ontstaat vanuit de eigen fascinaties voor mensen uit zijn directe omgeving en zijn verleden. Met de set vragen en opdrachten komen aan de orde: de praktijk van het zien en ervaren van theaterdans, de muzikaliteit en bewegings¬kunst, het decors en de licht- en kleurontwerpen en de kostumering waarin dansers zich bewegen.

Door het beeld. Door het woord

Peter Henk Steenhuis, René Gude
U20-15
ISVW Uitg. i.s.m De Ketelfactory, 2015, 336 p.

Het boek bestaat uit twee delen. In 'Door het beeld' geeft Peter Henk Steenhuis gesprekken weer met 21 kunstenaars. Zij exposeerden in de Ketelfactory in Schiedam en vertellen over de bronnen van waaruit zij werken en wat hen inspireert. Hun antwoorden zijn uitvoerig en mooi geïllustreerd door enkele goedgekozen werken. 'Door het woord' bevat negen beschouwingen, waarin Steenhuis met - toenmalig Denker des Vaderlands - filosoof René Gude (1957-2015) brainstormt over de door de kunstenaars aangedragen concepten. Enkele onderwerpen zijn: 'Geest en Materie', 'Meditatie', 'Lust' en 'Empathie'. Het werk is fraai uitgevoerd met scherpe kleurenfoto's van de kunstwerken. Uit de interviews komen de persoonlijke vooronderstellingen van de kunstenaars naar voren, die weer tegen het licht gehouden kunnen worden met de ideeën en uitspraken van de filosoof Gudde.

Johan Maelwael en de Gebroeders van Limburg

Clemens Verhoeven en André Stufkens
U19-15
Vantilt, 2017, 168 p.

Johan Maelwael en zijn drie neven, de Gebroeders van Limburg, hadden rond 1400 al de artistieke kwaliteiten die we in de loop der tijd als typisch ‘Nederlands’ zijn gaan beschouwen. Met hun naturalisme zijn ze de grondleggers van de schilderkunst in de Lage Landen. De vernieuwende miniaturen van de broers waren lange tijd vrijwel onzichtbaar voor het grote publiek omdat ze deel uitmaken van de getijdenboeken die ze maakten voor hun rijke mecenassen hertog Willem I van Gelre en de Bourgondische hertog Jean de Berry. Auteurs Verhoeven en Stufkens nodigen de lezer uit om de vele miniaturen in dit prachtig vormgegeven kunstboek te bestuderen. Ze beschrijven de rijke iconografische uitleg van de miniaturen, schetsen de historische context en geven een inkijkje in het Nijmeegse en Bourgondische hofleven. Maar ook het dagelijks bestaan van gewone mensen en hun denkbeelden worden levensecht verbeeld, net als de rol van de geestelijkheid en van het katholieke geloof. Dit allemaal met op de achtergrond de verwoestende Honderdjarige Oorlog. Zo ontstaat uiteindelijk een fascinerend beeld van de samenleving aan het einde van de middeleeuwen.

Links genoemd in de leeswijzer: