Gebrand kind zoekt het vuur door Cordelia Edvardson
Cordelia Edvardson werd in 1929 geboren te München in de toenmalige Weimarrepubliek als buitenechtelijk kind van de Duitse dichteres Elisabeth Länggasser, die sympathiseerde met Hitler en de gehuwde Joodse jurist Hermann Heller, die zij nooit gekend heeft. Wel kreeg zij na verloop van tijd een Duitse stiefvader. Edvardson overleed in 2012 te Stockholm. In 2025 verscheen de Nederlandse vertaling van haar autobiografie, die zij al in 1984 geschreven had, onder de titel Gebrand kind zoekt het vuur.

Toen de Nederlandse vertaling uitkwam ontving het boek lovende recensies en werd het op een lijn gesteld met boeken van Primo Levi en G.L. Durlacher.
Edvardson schrijft haar boek in de derde persoon enkelvoud, het woord ’ik’ komt er niet in voor, hoewel het boek strikt autobiografisch is. Vanaf haar vroegste min of meer bewuste jaren heeft zij zich een vreemde in het gezin gevoeld, iemand die er niet thuishoorde. Zij ervoer zichzelf als een vreemde, zij was een ander, ‘het meisje’. En zo werd ze ook gezien en behandeld.
Het boek gaat over de verschrikkingen van de kampen, zo onvoorstelbaar indringend geschreven, dat je het boek soms wel moet wegleggen. Het boek gaat ook over een intense moeder – dochter relatie. Het meisje offert zich op voor haar moeder. Als zij niet tekent voor een eventueel Abtransport naar het oosten, zal haar moeder vervolgd worden voor landverraad en hoogverraad. Haar moeder kijkt weg en het meisje tekent. Zij heeft haar moeder nog eenmaal ontmoet in 1949.
Edvardson slaagt erin om je aandacht vast te houden onder meer omdat de chronologie afwezig is in het boek. Als lezer ga je heen en weer in de tijd, het ene moment lees je over haar jonge jaren in Berlijn, dan weer ben je Theresienstadt of Auschwitz, waar zij ook ‘het meisje’ is. In 1946 komt zij aan in Zweden en schrijft hierover: “Zij overleefde het. Ze werd een overlevende. Iemand die was overgebleven; iemand die over de grens tussen leven en dood was getrokken, gegleden, en in de grauwe mist van het Niemandsland was achtergebleven”.
Wij kunnen niet zeggen dat dit boek een aanrader is, dat doet geen recht aan de thema’s die in het boek aan bod komen. Omdat het een indringend beeld geeft van een half joods meisje in Nazi Duitsland, omdat de moeder – dochter relatie zo intens geanalyseerd wordt, omdat het een getuigenis is van het wrede lot van vrouwen in vernietigingskampen, omdat zij uiteindelijk meer is geworden dan een overlevende, hopen wij dat dit boek door velen van jullie gelezen gaat worden.
Inge Smit en Nicolet Mensink, Werkgroep Biografieën
